In de week waarin Nederland onlangs werd opgeschrikt door een zinloze moord in Amsterdam op een medescholier bij een ruzie - volgens de eerste persberichten - om een kraspen, ontdekte ik een krantenbericht uit 1886 over een soortgelijk drama in ons eigen dorp. De krant De Gelderlander berichtte op 5 november 1886 het volgende: Te Birdaard heeft een meisje van 7 jaar, in twist om een griffel, een ander van denzelfden leeftijd zóó geschopt, dat het kind een paar dagen daarna aan de gevolgen is overleden.
Nader onderzoek in de archieven leverde summiere artikelen op uit de Leeuwarder Courant en de Dockumer Courant. Meer gegevens werden gevonden in het archief met de uitgaande correspondentie van de burgemeester van de gemeente Dantumadeel. Feiten werden gevonden in de archieven van de Burgerlijke Stand en in het boek Drie eeuwen Burdaard.
Het slachtoffertje van dit drama in Birdaard was Tetje Durks Tamminga, wonende aan het Hellingpad in het huisje dat eerder als schoollokaal had dienst gedaan, achter het huidige huis met nummer 26. Tetje was in Birdaard geboren op 19 december 1878 als dochter van Durk Andries Tamminga en Trijntje Durks Idzinga. Een jaar eerder was haar broertje Andries geboren.
Het gezin woonde sinds 1879 in dat oude schoollokaal. Daarvoor waarschijnlijk bij de grootouders Tamminga, die in het huis aan het Hellingpad woonden (waar nu nr. 26 staat). In april 1880, als Tetje ruim een jaar oud is, overlijdt haar moeder op 24-jarige leeftijd en een maand later haar broertje, die toen net 3 jaar was geworden. Pake en beppe Tamminga zullen wel voor de peuter hebben gezorgd, totdat vader Durk in juni 1882 trouwde met Akke Hylkes Hornstra. Akke was een ongehuwde moeder van bijna 40 met een dochter van 17 en een zoon van 11. Maar ook op dit huwelijk rustte geen zegen, want binnen twee jaar, op 8 maart 1884, overleed vader Durk twee dagen voor de geboorte zijn derde kind, Tetje's halfbroertje Durk. Hij was nog maar 37 jaar.
Op 11 oktober was de bewuste vechtpartij. Blijkbaar leek het allemaal wel mee te vallen, want pas een week later, op 18 oktober, werd de 69-jarige geneesheer Martens uit Ferwerd door het armbestuur te Birdaard verzocht om geneeskundige hulp te verlenen aan Tetje. Dokter Martens zou later verklaren dat hij haar toen in een koortsachtige toestand had aangetroffen, dat haar de buik gezwollen was en dat zij onder de buik een verwonding had.
Op 23 oktober bezocht hij haar weer en constateerde toen dat de ronding van de buik was geweken, de urine normaal maar met enige etterstof was verbonden en de patiënte gestadig eenig etterstof afvloeide. Op 25 oktober kwam hij weer kijken en was haar toestand nog dezelfde. Op 27 oktober dacht Martens dat het beter ging, ondanks dat de stiefmoeder vertelde dat Tetje die ochtend nu en dan gebraakt had uit de neus wanneer zij iets had gedronken. Maar dokter Martens constateerde dat er geen ontsteking aan de keelorganen bestond, dacht dat het allemaal wel zou meevallen en vertrok terug naar Ferwerd. Een fatale diagnose, zoals later bleek, want enkele uren later was Tetje al overleden.
Als dokter Martens de volgende dag te horen krijgt dat het meisje is overleden, meldt hij dit aan de burgemeester en schrijft dat naar zijne mening was bedoeld meisje overleden ten gevolge van de mishandeling of toegebrachte schoppen, door de uitwendige beleediging [= verwonding] zou zij in een zieken toestand zijn geraakt.
Foto: dokter Sybrand Pieter Brouwer Martens, doopsgezind arts te Ferwerd, geboren 18 juli 1817 te Holwerd, overleden 5 april 1889 te Haarlem.
Wat er precies is gebeurd op 11 oktober 1886 is niet meer te achterhalen. Zeker is wel, dat Maaike Wybrens Schaafsma (10 jaar) en Trijntje Sipkes Pijnacker (9 jaar) ruzie kregen met Tetje en haar zo hebben geschopt, dat zij vrijwel zeker aan de gevolgen daarvan op 27 oktober is overleden.
Maaike was een dochter van Wybren Aukes Schaafsma en Antje Lieuwes Boonstra. Dat gezin woonde toen in het huis dat tegenwoordig Steenendamsterweg 6 is. Maaike is in 1954 op 78-jarige leeftijd overleden in de stad Groningen.
Trijntje was een dochter van Sipke Jans Pijnacker en Antje Jans Postma en woonde aan de Eewal in het huis dat nu nummer 25 heeft. Trijntje is in 1899 geëmigreerd naar Grand Rapids in de Verenigde Staten en haar ouders volgden enkele jaren later.
Burgemeester Wieringa van Dantumadeel schreef op 29 oktober de volgende brief aan de Officier van Justitie in Leeuwarden:
Gisteren werd alhier aangifte gedaan van het overlijden te Birdaard van een meisje oud 7 jaar, genaamd Tetje Dirks Tamminga en blijkens afgegeven verklaring van den geneesheer S.P.B. Martens te Ferwerd overleden aan de gevolgen van uitwendige beleediging. Volgens een ingesteld onderzoek door den gemeente veldwachter de Jong was dit meisje op den 11 dezer maand in twist geraakt met twee meisjes een van 9 en een van 10 jaar en als toen door dezen geschopt.
Ik heb gemeend UEdelachtb: hiervan mededeling te moeten doen, met verzoek mij zoo mogelijk per keerende post te willen berichten of U ten dezen eene lijkschouwing noodig acht, dan wel of machtiging tot de begraving kan worden verleend.Aangezien het een kindertwist was en de meisjes nog zoo jong zijn, wordt door mij eene vervolging niet raadzaam geacht.
De Officier van Justitie heeft tot een lijkschouwing besloten, die op 1 november plaats vond in het gemeentehuis te Murmerwoude. De Dockumer Courant berichtte hierover onder andere het volgende:
Het lijk, des morgens in een kist alhier per wagen aangevoerd, is, na plaats gehad hebbend onderzoek, des namiddags naar Birdaard teruggebracht, alwaar hetzelve op last der Justitie nog denzelfden avond, onder politie toezicht, is begraven. Van het resultaat van het onderzoek is natuurlijk niets bekend.
Op 2 november lezen we in de Leeuwarder Courant:
Gisteren voormiddag is door de Officier van justitie van hier, vergezeld van de heeren dr Ph Kooperberg en dr S Meindersma te Birdaard een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van den dood van een zevenjarig meisje die vermoed werd het gevolg te zijn geweest van een haar eenige dagen vroeger door een paar jongens toegebrachten schop. Naar wij echter vernemen, moet het onderzoek hebben aangetoond, dat de dood eene andere oorzaak heeft gehad.
Blijkbaar is deze zaak toen al in de doofpot gestopt. Waarschijnlijk wegens de jeugdige leeftijd van de betrokken meisjes. In de justitiële archieven is over deze zaak niets meer te vinden, zelfs geen sepot. En dat terwijl de burgemeester nog op 6 november aan de Officier van Justitie in Leeuwarden een brief stuurde met een aantal bijlagen waaronder een uitgebreid verslag van dokter Martens die daarin wel degelijk de vechtpartij als oorzaak van het overlijden aanwees. Maar die daarin tevens erkende, dat hij de verwondingen had onderschat. De burgemeester schreef dat hij dokter Martens had gemaand om in toekomstige gevallen eerder aangifte te doen.
De burgemeester heeft blijkbaar intussen ook de antecedenten van de meisjes laten onderzoeken In de brief schrijft hij over de beide gezinnen:
"...... en voorts te berichten dat volgens bekomen informatien, de opvoeding die het meisje van Wijbren Aukes Schaafsma aan huis geniet wel te wenschen overlaat, doch dat die van het meisje van Sipke Jans Pijnacker als goed is te beschouwen."
Terugkijkende naar het stukje in De Gelderlander blijkt dat daar zeker één onjuistheid in staat, namelijk de leeftijd van het schoppende meisje, dat niet genoemd werd dat er twee meisjes bij betrokken waren en dat dit de enige plaats is waar over een griffel werd gerept. Was die griffel fantasie van de journalist? Mijn conclusie: neem het nieuws uit de kranten met een korreltje zout en geloof niet alles wat gedrukt staat.
Wat duister blijft is de rol van dokter Martens. Waren de verwondingen dusdanig, dat de dood onvermijdelijk was? Werd de dokter veel te laat ingeschakeld, of heeft Martens een verkeerde diagnose gesteld? Heeft hij Tetje wel behandeld, of er alleen maar naar gekeken? In de stukken is althans niets te vinden over enige medicatie. En hoe zou de behandeling zijn geweest als het een kind van een rijke boer was geweest?